MolDraw › Scheikundetools › Oefenen met reactiemechanismen
Oefenen met reactiemechanismen (pijlen)
Kort gezegd: Oefen met het tekenen van gebogen pijlen bij 35 echte mechanismestappen, van protonoverdrachten en SN2 tot aldol, nitrering, Diels-Alder en radicaalchlorering. Tik waar de elektronen beginnen en daarna waar ze heen gaan; de tool controleert je pijlen, geeft hints en toont het product. Gratis, werkt in je webbrowser en zonder download.
Elke stap toont de reactanten met hun vrije elektronenparen en ladingen. Teken elke pijl voor die stap, druk op Antwoord controleren en je krijgt feedback per pijl, het product en een korte uitleg. Filter op niveau of reactietype. Je voortgang wordt op dit apparaat opgeslagen.
Laden…
Tik op een vrij elektronenpaar, een binding of een radicaal om een pijl te beginnen.
Stippen in paren zijn vrije elektronenparen; één stip is een ongepaard elektron; kleine grijze stippen markeren koolstofatomen in skeletringen. Jouw pijlen zijn blauw.
Product:
De pijlen:
Zo gebruik je de pijlenoefening
- Kies een Niveau (Inleiding, Gevorderd of Expert) en, als je wilt, een Reactietype zoals Substitutie of Enolaten.
- Lees de vergelijking. Die vertelt wat de stap oplevert.
- Tik op het begin van een pijl: een vrij elektronenpaar (het paar stippen), een binding of een ongepaard elektron. Tikken op een atoom met vrije elektronenparen selecteert ook een vrij elektronenpaar.
- Tik op het einde: het atoom dat de elektronen ontvangt, of de binding waarin ze terechtkomen. De pijl verschijnt in blauw en wordt onder de tekening vermeld.
- Herhaal dit voor elke pijl in de stap. Kies bij radicaalstappen eerst Vishaak (1 e⁻).
- Druk op Antwoord controleren. Foute pijlen worden een voor een uitgelegd. Verwijder er een met ×, of druk op Ongedaan maken of Wissen.
- Gebruik Hint als je vastzit, of Antwoord tonen om de juiste pijlen in oranje te zien. Druk daarna op Volgende stap.
Score: een stap die je zonder hulp oplost, levert 1 op, een stap opgelost na een hint 0,5, en een getoond antwoord 0. De gekleurde stapknoppen laten zien wat je al hebt gedaan.
De regels van gebogen pijlen
- Een pijl toont bewegende elektronen, geen atomen. Een volle pijl verplaatst twee elektronen; een vishaak verplaatst er één.
- Begin bij de elektronen. De staart staat op een vrij elektronenpaar, een π-binding of een σ-binding. Begin nooit bij een positieve lading of bij een H-atoom.
- Eindig waar de elektronen heen gaan. Op een atoom wordt het paar een vrij elektronenpaar. Tussen twee atomen wordt het een nieuwe binding.
- Houd octetten intact. Als er een nieuwe binding ontstaat met een atoom dat al een vol octet heeft (zoals C in CH₃Br of een C=O-koolstof), moet een andere pijl in dezelfde stap een paar van dat atoom weghalen.
- Ladingen bijhouden. Het atoom waarvan het vrije elektronenpaar een binding vormt, wordt één eenheid positiever. Het atoom dat een vrij elektronenpaar krijgt, wordt één eenheid negatiever. De totale lading verandert nooit.
- Waterstof verplaatst zich als H⁺ (een proton) wanneer een base het opneemt, en als H⁻ (hydride) wanneer het met zijn bindend paar meegaat, zoals vanuit BH₄⁻ of bij een hydrideverschuiving.
Veelvoorkomende pijlpatronen
| Patroon | Pijlen | Voorbeeld in de oefenset |
|---|---|---|
| Protonoverdracht | Vrij paar van de base → H; H–A-binding → A | HO⁻ + HCl, NH₃ + H₃O⁺ |
| Nucleofiele aanval | Vrij elektronenpaar of π-binding → elektrofiel atoom | Water + carbokation (SN1) |
| Afsplitsing van een vertrekkende groep | C–X-binding → X | SN1-ionisatie van (CH₃)₃CBr |
| Substitutie (SN2) | Nucleofiel → C; C–X → X | HO⁻ + CH₃Br |
| Additie aan C=O | Nucleofiel → C; C=O π → O | CN⁻, BH₄⁻, CH₃MgBr |
| Eliminatie (E2) | Base → H; C–H → C–C; C–X → X | HO⁻ + CH₃CH₂Br |
| Omlegging | C–H- of C–C-binding → naburig C⁺ | 1,2-hydride- en 1,2-methylverschuivingen |
| Pericyclisch | Drie pijlen in een ring | Diels-Alder |
| Radicaal | Vishaken, elk één elektron | Homolyse van Cl₂, Cl• + CH₄ |
Uitgewerkte voorbeelden
SN2: HO⁻ + CH₃Br
Pijl 1: vrij elektronenpaar op O⁻ → C. Pijl 2: C–Br-binding → Br.
O gaat van −1 naar 0; Br gaat van 0 naar −1.
CH₃OH + Br⁻, twee pijlen, één stap
E2: HO⁻ + CH₃CH₂Br
Pijl 1: vrij elektronenpaar van O⁻ → β-H. Pijl 2: C–H-binding → C–C-binding. Pijl 3: C–Br-binding → Br.
Het C–H-paar wordt de nieuwe π-binding.
CH₂=CH₂ + H₂O + Br⁻
Cyanide addeert aan aceton
Pijl 1: vrij elektronenpaar op C van ⁻C≡N → carbonyl-C. Pijl 2: C=O-π-binding → O.
Alleen de π-binding breekt; de σ-binding blijft.
Tetraëdrisch alkoxide (CH₃)₂C(CN)O⁻
Vorming van een enolaat
Pijl 1: HO⁻ → α-H. Pijl 2: C–H → C–C. Pijl 3: C=O π → O.
De negatieve lading komt op zuurstof terecht.
CH₂=C(CH₃)O⁻ + H₂O
Diels-Alder
Drie pijlen rond de ring: C1=C2 → C2–C3, C3=C4 → C5, C5=C6 → C1.
Er ontstaan twee σ-bindingen, één π-binding verschuift.
Cyclohexeen, geen ladingen
Radicaal-H-abstractie
Vishaken: elektron van Cl• → H; één C–H-elektron → H; het andere C–H-elektron → C.
Eén radicaal erin, één radicaal eruit.
H–Cl + •CH₃
Veelgemaakte fouten
- Pijlen die de verkeerde kant op wijzen. Tekenen van C naar het nucleofiel, of van H⁺ naar een base. De staart staat altijd op de elektronen.
- Beginnen bij een positieve lading of een lege orbitaal. Een carbokation ontvangt elektronen; het kan ze niet geven.
- Koolstof met vijf bindingen. Een C=O-koolstof of CH₃Br aanvallen zonder een paar weg te halen geeft koolstof tien elektronen.
- De σ-binding van C=O breken. Bij additie aan een carbonylgroep verschuift alleen de π-binding naar zuurstof.
- Een E2-pijl op het atoom laten eindigen. De C–H-elektronen gaan naar de C–C-binding om de π-binding te vormen, dus de pijl eindigt op de binding.
- Volle pijlen in radicaalstappen. Homolyse splitst een binding gelijk: twee vishaken, één elektron naar elk atoom.
- Ladingen vergeten. Tel na de pijlen opnieuw: het atoom van het nucleofiel wordt positiever en het atoom van de vertrekkende groep negatiever.
Zelf mechanismen tekenen? Voeg vrije elektronenparen, ladingen, gebogen pijlen en vishaken toe in MolDraw, een gratis online editor voor chemische structuren, en exporteer een PNG of SVG voor aantekeningen en dia's.
MolDraw-editor openenVeelgestelde vragen
Waar begint en eindigt een gebogen pijl?
Een gebogen pijl begint bij een elektronenpaar: een vrij elektronenpaar, een π-binding of een σ-binding. Hij eindigt waar dat paar naartoe gaat: op een atoom, waar het een vrij elektronenpaar wordt, of tussen twee atomen, waar het een nieuwe binding wordt. Pijlen beginnen nooit bij een positieve lading of bij een waterstofatoom.
Wat is het verschil tussen een gebogen pijl en een vishaakpijl?
Een volle gebogen pijl, met een tweezijdige punt, verplaatst twee elektronen. Een vishaakpijl, met een eenzijdige punt, verplaatst één elektron. Vishaken worden gebruikt bij radicaalreacties, zoals de homolyse van Cl₂ onder invloed van licht en de stappen van radicaalhalogenering.
Hoeveel pijlen heeft een SN2-reactie nodig?
Twee. Eén pijl gaat van een vrij elektronenpaar op het nucleofiel naar het koolstofatoom. De tweede gaat van de binding tussen koolstof en vertrekkende groep naar de vertrekkende groep. Beide gebeuren in één gecoördineerde stap. Een E2-eliminatie heeft drie pijlen nodig.
Maakt de volgorde van de pijlen uit?
Nee. Alle pijlen van één stap gebeuren tegelijk, dus de oefentool accepteert ze in elke volgorde. Waar het om gaat, is dat elke pijl op de juiste plek begint en eindigt en dat het product eruit volgt.
Hoe bepaal ik de ladingen nadat ik de pijlen heb getekend?
Een atoom waarvan het vrije elektronenpaar een nieuwe binding vormt, wordt één eenheid positiever. Een atoom dat een bindend paar als vrij elektronenpaar ontvangt, wordt één eenheid negatiever. Controleer met formele lading = valentie-elektronen − niet-bindende elektronen − aantal bindingen. De totale lading moet aan beide kanten gelijk zijn.
Wordt mijn voortgang opgeslagen?
Ja. De stappen die je oplost, worden in deze browser op dit apparaat opgeslagen, zodat je later verder kunt. Druk op Voortgang wissen om opnieuw te beginnen. Er wordt niets naar een server gestuurd.
Welke reacties zijn opgenomen?
35 losse stappen op drie niveaus: protonoverdrachten, SN1 en SN2, E1 en E2, additie van cyanide, hydride en Grignard aan C=O, vorming van hemiacetalen en imines, enolaten, aldol- en Michael-addities, additie van HBr en Br₂ aan alkenen, nitrering en Friedel-Craftsacylering, esterhydrolyse, de Diels-Alderreactie, radicaalchlorering en carbokationverschuivingen.
Verwante scheikundetools
Laatst bijgewerkt: